Titel tekst

Historie de Aardvlo 1996-2010

Dit artikel over de historie van de moestuinen van Oud- en Nieuw-Amelisweerd is een vervolg op de 'Historie Koöperatie de Aardvlo 1979-1996’, dat elders op deze website te vinden is. In dit tweede deel gaat het over de periode 1996-2010. In 1995-1996 wordt de coöperatie stopgezet en gaat deze over in een bedrijf (VOF) en een Stichting ‘de Aardvlo’. In 2010 wordt het bedrijf gesplitst in de Tuinderij Amelis’Hof en Tuinderij De Volle Grond. De naam van de Stichting verandert dan in Stichting Historische Moestuinen Landgoed Amelisweerd.

In deze periode wordt het onder invloed van ontwikkelingen in de wereld voor de idealistische Aardvlo steeds belangrijker om ook pragmatisch te zijn. Een tijdlijn vind je HIER.

X

Tijdlijn Koöperatie de Aardvlo 1979-2010

Deel 1:

1979Het idee voor de Aardvlo, ontstaan op een volkstuin bij de Maarsseveense Plassen
1980Halve hectare groententeelt aan de Tureluurweg bij een boer in Bunnik tot eind 1985
1980-1981Oprichting Coöperatief Landbouwbedrijf de Aardvlo U.A. (Koöperatie de Aardvlo)
1984Doorstart op halve hectare aan Rhijnauwenselaan in Bunnik tot eind 1985
1985Verhuizing naar hele hectare moestuin Nieuw Amelisweerd
1987Uitbreiding met halve hectare moestuin Oud Amelisweerd
1990Uitbreiding naar hele hectare moestuin Oud Amelisweerd (samen met Nieuw Amelisweerd in totaal twee hectare)
1994-1996Verandering van organisatievorm

Deel 2:

1995Oprichting VOF biologisch dynamische tuinderij 'de Aardvlo'
1996Omzetting Koöperatie de Aardvlo in Stichting 'de Aardvlo'
1998Einde deelname Boerenmarkt in Amsterdam, start met het Pergola systeem
2000Start Bloemkracht8
2005Volledige scheiding Stichting en het tuinbedrijf
2006Start met zorgcliënten
2006Viering 25-jarig bestaan
2009Tweede discussie over organisatievorm
2010Splitsing moestuinen Oud en Nieuw Amelisweerd in Tuinderij Amelis'Hof en Tuinderij De Volle Grond
2010Omzetting Stichting 'de Aardvlo' in Stichting Historische Moestuinen Landgoed Amelisweerd

 

Biologisch-dynamisch telen

Tuinder Michel Smits was al in 1983 als vrijwilliger bij de Aardvlo komen werken. Later kwam hij in loondienst bij de Koöperatie. In 1991 ging hij samen met Bart Grijsseels − eveneens in loondienst − de beide moestuinen van Oud- en Nieuw-Amelisweerd leiden. 'Als vrijwilliger kreeg ik het biologisch-dynamisch tuinieren niet zo sterk mee’, vertelt Michel. ‘Dat kwam pas toen ik meeging naar BD-bijeenkomsten. Eerst vond ik het daar een beetje sekte-achtig. Heel erg volgens Steiner, dus best wel rigide. Toen ben ik een beetje afgehaakt. Maar een aantal jaren later kwam ik er toch weer bij uit.’ Dat kwam door Michels interesse in het new age-gedachtegoed: ‘Daar voelde ik me wel bij thuis, want dat ging ook over zelfontwikkeling − en daar hoort antroposofie ook bij. Vervolgens bleek de B.D. landbouw op heel veel aspecten toch bij mijn opvattingen aan te sluiten en heb ik er ook heel veel van geleerd. Over bodemleven, over planten als levende wezens, over biologische processen en de complexiteit daarvan, omdat alles samenhangt, over levenskracht, verbinding en aandacht.

Artikel 'Weet wat je eet'
2Artikel in 'De Westbode'

 

‘We waren de tijdgeest vaak voor’, vervolgt Michel. ‘In de jaren tachtig werden we als een clubje alternatievelingen gezien. Als ik zei dat ik op een biologische tuinderij werkte, was de reactie meestal iets in de trant van: kan dat wel uit? In de jaren negentig werd bio steeds meer oké.’

In 1997 komt de ‘Werkgroep Intuïtief Aardebeheer’ uit Wageningen langs. Die brengt na twee ‘waarnemingssessies’ een adviesrapport uit, gericht op beter (biologisch-dynamisch) beheer van de moestuinen. Hierin wordt gesproken over zaken als vuurkracht, de energetische situatie op de tuin, evenals natuurwezens en astrale (kosmische) krachten. Vanaf 2000 worden Michel en Bart een paar jaar begeleid door een coach om meer te leren over het biologisch-dynamisch beheer.

 

verslag Werkoverleg, 1996 Bron: verslag Werkoverleg, 1996

Nieuwe inzichten

Gaandeweg komt er steeds meer aandacht voor verbeteringen in het tuinbeheer dankzij nieuwe inzichten en methodes. Zo wordt er steeds meer groenbemester geteeld. Dat is een gewas dat tot doel heeft om de bodemgezondheid te verbeteren, geïnspireerd door de permacultuur. Vanaf 1998 is de tuin verdeeld in zes in plaats van vijf vakken, waarvan één vak met groenbemester waardoor het een jaar rust krijgt en een flinke boost met organisch materiaal. Sindsdien verbetert de grond. Ook wordt er in deze periode geleidelijk gestopt met iedere vorm van gewasbescherming. Er wordt alleen nog een net over de bessen gespannen, zodat die niet door de vogels worden opgegeten.

Artikel 'Weet wat je eet'
2Artikel in 'De Westbode'

Trendsetter

Belangstelling van de media Belangstelling van de media

Rond de eeuwwisseling ontstaat een hype rond vergeten groenten zoals warmoes, pronkbonen en pastinaak. Die worden op de Aardvlo al lang geteeld. Een paar jaar later komt de stadslandbouw in de mode: landbouw direct voor en met stadsbewoners. Ook daar houdt de Aardvlo zich al jaren mee bezig. Vervolgens komen streekproducten en lokale economie in zwang. Het biologisch-dynamische karakter van de Aardvlo sluit daar mooi bij aan. En bij ieder voedselschandaal komen er meer klanten af op de gezonde voeding die de Aardvlo te bieden heeft.

 

Teelt rond 2000 Teelt rond 2000

Problemen met de Sociale Dienst (1994-1996)

De jaren 1994-1996 worden getekend door problemen met overheidsinstanties. De Sociale Dienst heeft de indruk dat de vrijwilligers van de Aardvlo eigenlijk verkapte werknemers zijn, aangezien de tuinderij een bedrijfsmatige aanpak heeft. ‘In 1994 kwam een interregionaal fraude-opsporingsteam ons op de markt controleren’, vertelt Michel. ‘Dat was een samenwerking van Sociale Dienst, Belastingdienst en GAK (Gemeenschappelijk Administratiekantoor, verantwoordelijk voor de uitvoering van de sociale zekerheid, red.). We werkten op de markt toen soms nog met vrijwilligers met een uitkering, die op deze manier werkervaring opdeden. Maar dat was niet toegestaan, omdat een coöperatie een organisatievorm is met winstoogmerk.’ Een aantal vrijwilligers moet meteen stoppen met werken op de Aardvlo en krijgen te horen dat ze over de jaren dat ze bij de Aardvlo hebben gewerkt, hun uitkering terug moesten betalen. De Belastingdienst is er moeilijk van te overtuigen dat het om vrijwilligerswerk gaat. Er had salaris betaald moeten worden en dus had er ook loonbelasting afgedragen moeten worden. Dit leidt tot een hoop spanning bij de betrokkenen. Michel en Bart corresponderen met de Sociale Dienst om deze situatie recht te zetten, en denken na over hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden.

Mooi verzorgde tasjes

Vrijwilligster Karin: ‘Vanaf 1991 heb ik vijf jaar bij de Aardvlo gewerkt. Al snel werd ik stagiaire omdat ik de BD-landbouwopleiding ging doen. Vanaf 2005 stond ik met veel plezier in de winkel. Ik heb altijd pakketten gemaakt, soms geholpen door onze dochter Camile. Dat is een klus die ik lichamelijk goed aankan en ik vind het fijn om mooi verzorgde tasjes te maken. De sfeer op de tuin, de gezellige contacten en het buiten zijn op deze paradijselijke plek vind ik heerlijk. En altijd ga ik ook even kijken hoe alle gewassen erbij staan.’

Niet alles hoeft altijd snel

Vrijwilligster Monique: ‘Rond 1999 was ik overspannen van mijn werk als chef-kok. Ik genoot ervan om als vrijwilliger bij de Aardvlo met mijn handen in de klei te zitten, met mijn hoofd in de frisse lucht. Maar ook daar bleef ik hard werken. Totdat Michel mij op een dag vroeg om de kippen te voeren, en zei dat ik daar wel een kwartier kon blijven. Daar moest ik van huilen, omdat ik me opeens realiseerde dat niet alles altijd snel hoeft. Soms heb ik ook soepjes gekookt, met wat de tuin ons gaf. Dat werd enorm gewaardeerd. Met medevrijwilligster Mariëlle oogstte ik vaak de basilicum. Dat was heel gezellig en het kruid verspreidde een heerlijke geur. Ruim twintig jaar later zijn Michel, Mariëlle, mijn man en ik nog steeds vrienden. De klei aan mijn handen is gebleven, want ik werk nu als kunstenaar onder meer met dat materiaal.’

Zoektocht naar een nieuwe organisatievorm

De directeur van de Sociale Dienst zet zijn hakken in het zand, maar de wethouder nodigt de tuinders uit om samen met de Sociale Dienst een vorm te zoeken die wel acceptabel is, uitgaande van de maatschappelijke waarde van de moestuinen. Dat leidt tot de structuur zoals die vandaag de dag nog steeds bestaat: de ideële en de commerciële doelstellingen worden van elkaar gescheiden. Er is ook nog een andere aanleiding om naar een nieuwe organisatievorm op zoek te gaan. Het blijkt al enige tijd te duur om een coöperatie of stichting met werknemers in loondienst te hebben. Onder andere door het minimumloon dat aan de twee tuinders opgaat, wordt jaar na jaar verlies gedraaid. Een derde reden is de bestuurbaarheid van de tuinderij. Met acht coöperatieleden en twee tuinders blijkt het vaak moeilijk om knopen door te hakken. Michel herinnert zich ongelooflijk veel vergaderingen en discussies. ‘Bijvoorbeeld onenigheid tijdens de koffiepauze op de tuin tussen zeven coöperatieleden of die dag de bietjes gerooid moesten worden. Dat was niet te doen.’ De tuinders zouden meer ondernemer moeten worden en de coöperatieleden meer terugtreden, maar de ideële kant moet behouden blijven. Dat is lastig en er wordt twee jaar lang bijna wekelijks over vergaderd.

Nieuw Amelisweerd tuin
Mest uitrijden
Oud Amelisweerd tuin
Oogsten

Coöperatie wordt Stichting (1996)

In 1995 wordt de knoop doorgehakt. De tuinders Bart en Michel, die op dat moment nog in loondienst zijn van de coöperatie, richten een vennootschap (VOF) op: Tuinderij ‘de Aardvlo’. Daarin gaan zij als zelfstandig ondernemers met een commerciële insteek verder. In aansluiting daarop wordt in 1996 Koöperatie de Aardvlo omgezet in Stichting ‘de Aardvlo’. Bart, Michel en Maria de Groot vormen het eerste bestuur. Bart treedt na de eerste vergadering meteen af, maar Michel blijft wel in het bestuur om het contact tussen de VOF en de Stichting goed te laten verlopen. De nieuw opgezette Stichting neemt het pachtcontract met de gemeente Utrecht over van de coöperatie. De twee moestuinen worden voortaan door de Stichting in gebruik gegeven aan de tuinders, op voorwaarde dat zij hun werk blijven uitoefenen binnen het kader van de doelstellingen van de Stichting. Die doelstellingen blijven gehandhaafd:

  1. het in stand houden van de voormalige moestuinen in de vorm van een tuinderij,
  2. werken volgens de biologisch-dynamische landbouwmethode,
  3. het scheppen van voorwaarden voor het verrichten van vrijwilligerswerk met de mogelijkheid van arbeidstherapeutische begeleiding.
De vrijwilligers blijven officieel onder de Stichting vallen, maar de tuinders hebben voortaan een coördinerende rol bij het werk op de moestuin. De onderlinge samenwerking verandert. Tot die tijd waren er vooral betrokken coöperatieleden met daarnaast een groepje ‘gewone’ vrijwilligers. De coöperatieleden droegen meer bij: zij hielpen ook bij de organisatie van de open dagen en als er extra gewerkt moest worden, kwamen zij opdraven. Met de oprichting van de Stichting valt dit weg. Maar de Stichting en de tuinders blijven voorlopig nog sterk vervlochten. Nog jaren zal Michel deel uitmaken van het bestuur van de Stichting. Hoewel de boekhoudingen van de Tuinderij en de Stichting volledig gescheiden worden, lopen de financiën soms nog in elkaar over.

Groenteabonnementen (1998)

Niet lang na de nieuwe bedrijfsinrichting wordt het werk toch te zwaar. Bart stopt er uiteindelijk mee en Michel gaat vanaf 1998 alleen verder, als eenmanszaak. Dat leidt tot een aantal ingrijpende wijzigingen.

De Boerenmarkt Amsterdam op zaterdag is op zich een groot succes. Daardoor kon in 1986 door Koöperatie de Aardvlo het eerste loon worden uitbetaald. Tien jaar later, in 1997, is de omzet in Amsterdam opgelopen tot 175.000 gulden. Op dat moment moet echter driekwart van de producten worden bijgekocht omdat de moestuinen zelf niet zoveel produceren. Inmiddels staan er ook zeven mensen achter de kraam. Tijd om met de Boerenmarkt Amsterdam te stoppen; in Utrecht blijft de Aardvlo wel op de boerenmarkt staan.

Door te stoppen in Amsterdam valt bijna tweederde van de omzet weg. Een nieuwe bron van inkomsten wordt gevonden in de vorm van groenteabonnementen. Op die manier wordt een deel van de teelt direct verkocht aan consumenten die een vaste prijs per seizoen betalen. Dit wordt het ‘Pergolasysteem’ genoemd, omdat de deelnemers als een pergola het bedrijf ondersteunen. De Engelse term hiervoor is Community Supported Agriculture of kortweg CSA. De Aardvlo is de tweede tuinderij in Nederland die deze combinatievorm van afzet en deelname opzet.

Vergeten groenten

Pergolaklant Annette: ‘Wij werden Pergolaklant in de jaren negentig, enthousiast gemaakt door mijn zwager. Verrassend waren de vergeten groenten, met altijd een recept erbij en een verhaaltje over het wel en wee op de tuin. Pastinaak was nieuw voor mij en ook koken met pompoen kende ik nog niet. Verrast was ik toen er ook kiwi in de tas zat, klopte dat wel? Later zag ik dat die hier groeide dankzij de warme moestuinmuur. Ook de intens rode, zeer rijpe aardbeitjes waren verrukkelijk; je moest ze wel meteen opeten. In het begin zat er vaak een bloemetje bij het pakket.’

 

Het Vlooienbeetje Het Vlooienbeetje
Oogst binnenhalen
Radijzenoogst

Melkertbanen (1998-2004)

In 1998 kan vrijwilliger Mariëlle Dings op de tuin worden aangenomen ter ondersteuning van Michel. Zij krijgt een Melkertbaan, vernoemd naar de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ad Melkert. Mariëlle is dan een jaar werkloos en komt daarmee net in aanmerking voor deze regeling. De Melkert banen vallen onder de Stichting. Dit is weer een voordeel van de Stichting-VOF-constructie, want voor de Stichting worden deze banen volledig gesubsidieerd. Mariëlle blijkt in meerdere opzichten een belangrijke aanwinst, want Michel en Mariëlle krijgen binnen een jaar een romantische relatie en Mariëlle ontpopt zich steeds meer als medetuinder. In 2001 krijgt ook vrijwilliger Michiel een Melkertbaan. Daarmee heeft Michel twee toegewijde en betrokken hulpkrachten op de tuin. In 2004 lopen de Melkertbaansubsidies af en wordt de Stichting gedwongen om de twee werknemers Mariëlle en Michiel te ontslaan.

Rustgevend werk

Medewerker Michiel: ‘In 1994 was ik op zoek naar iets wat mij voldoening zou geven. Een paar jaar eerder had ik wat middagen gewerkt op een BD-boerderij in Schoorl. Dat deed mij goed. Doordat ik weleens wandelde op landgoed Amelisweerd, ontdekte ik de Aardvlo. Ik vroeg of er mensen nodig waren en kon de volgende dag beginnen. De eerste dag op de tuin was tamelijk zwaar, maar het werk beviel mij. Al snel begon ik mij er thuis te voelen. Het werk buiten, met de planten, gaf rust. De samenwerking met de anderen verliep ontspannen en de stilte en de ruimte op het land was aangenaam. Ik breidde mijn werk uit van twee naar drie dagen per week en ik stak veel op van het tuindersvak. Gaandeweg nam ik wat meer taken op me, zoals het bedienen van de kleine tractor, om het land mee te frezen of om de kar te trekken. Met die kar bracht ik de groente naar onze winkel. Op vrijdagen richtte ik het winkeltje in. In 2001 kreeg ik een ID-baan bij de Aardvlo, de opvolger van de Melkertbaan.’

Bloementeelt

De teelt van bloemen is voor de Aardvlo vanaf het begin belangrijk geweest voor de biodiversiteit en voor de bijen en andere nuttige insecten op de tuin. Ook werden en worden er bloemen ingezet voor de natuurlijke bestrijding van schadelijke insecten. De hele tuin is omgeven door een rand knaloranje goudsbloemen langs alle paden. Een lust voor het oog, maar bedoeld als vangplanten. De stelen van goudsbloemen zijn namelijk heel plakkerig en daarmee vangen ze luizen. De bloemen worden ook geteeld voor de verkoop.

In 2000 wordt door de ex-coöperatieleden Maria de Groot en Cocky Hendriks de biologische bloemisterij Bloemkracht8 opgezet op landgoed Nieuw Amelisweerd. Zij beginnen dat jaar met veertien bloemenabonnementen. De Aardvlo verkoopt de biologische boeketten in het winkeltje op de tuin.

Zus als inspiratiebron

Maria van Bloemkracht8: ‘Mijn vader was bloembollenkweker en gebruikte volop pesticiden, die zelfs vanuit vliegtuigjes over de bollenvelden werden gespoten. Als kind speelden wij tussen de kwikbaden waar narcissen in werden ontsmet. Vervolgens werd het kwik in de sloten geloosd. Mijn jongste zus stelde een daad en ging naar de biologisch-dynamische tuinbouwschool de Warmonderhof. Zij was mijn inspiratiebron om in 1979 Koöperatie de Aardvlo mee op te zetten. Naast mijn baan ben ik altijd betrokken gebleven als coöperatielid, vrijwilliger en bestuurder. Vanaf 2000 ook als afnemer van de biologische bloemen van de tuinderij. Onafhankelijk van elkaar namen Cocky, voormalig tuinder van de Aardvlo, en ik dezelfde beslissing om de parttime vakopleiding Dutch Flower Arrangements te gaan volgen. In die tijd teelde de Aardvlo bloemen voor een bloemist in Utrecht, maar die hield met haar zaak op. Dit is onze kans, dachten wij en begonnen ons eigen bedrijf Bloemkracht8 en startten we met onze biobloemisterij onder een zeil naast de schuur van de moestuin. We specialiseerden ons in biologische bloemenabonnementen voor bedrijven en particulieren met de prachtige bloemen van de Aardvlo met het Demeter-keurmerk. Later verhuisden we naar de appelschuur van Nieuw-Amelisweerd, waar Bloemkracht8 nog steeds gevestigd is.’

Steeds professioneler

Pergolaklant en Bloemkracht8-klant Annette: ‘Na een tijdje werd het mogelijk om ook een bos bloemen van de moestuinen in Amelisweerd bij de groentetas te krijgen. De bloemen werden in een krant verpakt. Erbij zat een kaartje met de beschrijving van de bloemen; erg leuk, dat wordt nu nog steeds gedaan. Later werd ik de eerste particuliere klant met een abonnement bij Bloemkracht8. Toen werden de bloemen aan huis in een bloemenvaas geleverd. Maria kwam zelfs langs om te kijken waar het boeket zou komen te staan. De hoogte van de tafel tot onze lamp werd gemeten en we konden aangeven wat we mooie kleuren vonden. De bloemen en later bloemstukken werden steeds professioneler gemaakt. Er kwamen herfststukken met pompoenen en zonnebloemen, een adventskrans, kerststukken en in het voorjaar bolletjes met eitjes en vogeltjes op een tak. Sommige stukken stonden bij ons wel een half jaar omdat ze zo mooi bleven.’

Zonnebloemen
Bloemen

Financiële problemen (1998-2002)

In 1985 had de toenmalige Koöperatie de Aardvlo een renteloze lening van 50.000 gulden ontvangen van het ministerie van Sociale Zaken. In 1988 werd een aflossingsvoorstel gedaan, maar er werd niet afgelost. In 1992 werd een verzoek tot uitstel van aflossing ingediend dat geaccepteerd werd door Sociale Zaken. Bij de oprichting van de Stichting werd de lening op haar naam gezet, maar van aflossing kwam het ook dan weer niet. In 1997 werd het bedrag per abuis wel als inkomsten in de jaarrekening opgenomen. Daarnaast loopt er een discussie met de Belastingdienst over af te dragen btw, nog over de jaren 1992-1994. Dit is ingewikkeld omdat eigen producten van de tuin tegen een 0%-tarief verkocht mogen worden, maar voor andere producten een normaal btw-tarief gehanteerd moet worden. Dit is in de praktijk moeilijk uit elkaar te houden. De Belastingdienst slaat het bedrijf echter uiteindelijk aan voor 10.473 euro. (Op 1 januari 2002 wordt de euro ingevoerd.) Op de derde plaats speelt de afrekening van de Melkertbanen. De vergoeding wordt vooraf uitgekeerd maar na afloop van het jaar precies afgerekend. Telkens blijkt er weer te veel ontvangen te zijn en moet er terugbetaald worden. Dit bedrag loopt op tot ca. 7000 euro. In 2001 stijgt ook nog eens de door de overheid vastgestelde pachtprijs voor tuingronden met maar liefst 70 procent. De Stichting tekent protest aan bij de gemeente, maar krijgt nul op het rekest.

Bij de afhandeling van deze schulden (Economische Zaken, Belastingdienst) heeft (wijlen) Peter Peels, toenmalige voorzitter, een heel belangrijke rol gespeeld. Hij heeft toen ook meer duidelijkheid gebracht in de rolverdeling tussen bestuur en tuinder. In 2001 besluit het ministerie van Sociale Zaken tenslotte om de schuld van 50.000 gulden kwijt te schelden. Dit is genoeg om de andere schulden in verband met de btw en de Melkertbanen af te betalen.

Daarmee zijn de ergste financiële zorgen van de jonge Stichting weggenomen, maar van een ruime kas is geen sprake. In het bestuur worden ideeën gelanceerd om extra inkomsten te genereren: oprichting van een Vriendenkring en Donateurskring en meer sponsoring. Dit resulteert uiteindelijk in het opstellen van een ‘bedelbrief’, die naar veertig adressen wordt gestuurd.

Het bedrijf bloeit op (2003)

Het jaar 1998 is ook voor de Tuinderij financieel nog moeilijk. Michel verdient niet alleen bijna niets, hij moet naar eigen zeggen zelfs ‘flink interen’. De tuinderij moet haar exploitatie nog op orde krijgen. Gelukkig weet Michel in deze jaren de tuin draaiende te houden. Na de voorziene lage opbrengst van 1998 stijgt het inkomen en wordt vanaf 2001 in ieder geval een minimum jaaropbrengst van 20.000 euro gegenereerd, zodat Michel zichzelf een minimuminkomen kan uitkeren. In 2003 wordt een resultaat behaald van 25.000 euro.

 

Exploitatieresultaat Tuinderij 'De Aardvlo', omgerekend naar Euro's
JaarEuro *JaarEuro
19982.000200120.000
199915.000200213.000
200019.000200325.000
* Op 1 januari 2002 wordt de euro ingevoerd

 

Vanaf 2003 zijn de (nieuwe) afzetmarkten helder, stabiel en enigszins groeiend. Klantenwerving is niet meer nodig, afgezien van regelmatig adverteren in Bunniks Nieuws voor het winkeltje. Het aantal Pergola-abonnementen stijgt van 25 in 1998 naar 110 in 2003. 95 procent van de verkochte producten komt direct van de tuin en de rest uit de regio. Daarnaast blijven de winkel op het erf en de kraam op de vrijdagse Boerenmarkt op het Vredenburg in Utrecht goed draaien. De Boerenmarkt Utrecht is het gezicht van de Aardvlo voor de grootste groep klanten, zo’n 200 à 300 per week. De Aardvlo heeft naar eigen zeggen de drukste kraam van de hele markt. De jaarlijkse omzet schommelt rond de 100.000 euro.

Er is ondersteuning van een redelijk vaste groep vrijwilligers. Dit zijn voornamelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij vinden op de moestuinen structuur en zinvol werk. In 2003 behaalt de Stichting ‘de Aardvlo’ de derde plaats bij de verkiezing van Beste Vrijwilligersorganisatie 2003, georganiseerd door de gemeente Utrecht. Zij wordt als volgt geprezen: ‘De Aardvlo biedt al 23 jaar lang mensen die enige tijd uit de running zijn een plek om tot rust te komen en met de handen in de aarde te werken. Het streven van de organisatie is om deelnemers na twee jaar door te laten stromen naar regulier werk.’ Ondertussen zijn de eisen aan veiligheid op het werk flink opgeschroefd.

In 2004 is er sprake van dat de Gemeente Utrecht de landgoederen wil verkopen. Dit gaat uiteindelijk niet door. In 2005 wordt de Groei & Bloeiprijs in ontvangst genomen: een wisselbeker en een gift van 100 euro.

't Winkeltje loopt goed ’t Winkeltje op Oud-Amelisweerd loopt goed
't Winkeltje

Wennen aan de ‘scheiding der machten’

't Winkeltje folder 't Winkeltje folder

Ondanks de positieve uitwerking van de overgang van coöperatie naar stichting, brengt dit ook transitiepijn met zich mee. Het bestuur vraagt zich af waarover het nog iets te zeggen heeft en probeert toch weer invloed te krijgen op het beheer van de tuin. Dat botst met de tuinders. Michel en Mariëlle schrijven een Balans 1998-2003 en een Visie Voorjaar 2004. Sommige zaken zijn nog steeds niet goed geregeld, zoals wie opdraait voor de kosten voor verzekeringen, investeringen, afschrijvingen en vrijwilligers. En de zweethut…

Zweethutceremonies

Tuinder Michel: ‘In 2004 ontstond discussie over een zweethut die op de tuin was gebouwd. Het initiatief kwam van een vrijwilliger die in India was geweest. Ik heb ook eens meegedaan met een ceremonie. Er hoorde een indianenritueel bij: verbinding maken met de natuur en met de geesten. Ik vond dat wel bij ons passen. Maar in het bestuur waren de meningen verdeeld over de verenigbaarheid van zweethutceremonies met het antroposofische en biologisch-dynamische gedachtegoed. Tot bleek dat in Driebergen op de Reehorst, een landgoed met veel BD, ook zweethutceremonies werden gehouden. Toen was de discussie voorbij.’

Nieuwe zorgcollega’s (2005)

Begin deze eeuw verschijnen her en der zorgboerderijen in Nederland. Uit onderzoek is gebleken hoe heilzaam het kan zijn voor mensen om buiten te zijn en met de handen te werken. Michel en Mariëlle overwegen ook om een zorgboerderij te worden. De Aardvlo heeft altijd al vrijwilligers gehad met arbeidstherapeutische begeleiding en die een relatief bescheiden bijdrage leverden aan de tuinderij. Michel en Mariëlle laten zich adviseren door experts. Zij komen tot de conclusie dat ze geen totale zorgboerderij willen worden omdat het tuinieren voor hen op de eerste plaats komt. Mariëlle gaat wel zorgcliënten werven voor aanvullende inkomsten.

In 2005 verschijnt de eerste zorgklant op proef op de tuinderij voor twee keer een ochtend. Zorginkomsten zijn er vanaf 2006 als Mariëlle met diverse instanties afspraken maakt om mensen te laten meewerken als dagbesteding. Op de tuinen moeten de ‘gewone’ vrijwilligers wennen aan de nieuwe zorgcollega’s, maar zij worden gerustgesteld: Mariëlle of Michel zijn altijd aanwezig. Sindsdien zijn de zorgcliënten een belangrijke en continue inkomstenbron.

Meer verbonden met alles om ons heen

Vrijwilliger en klusser Marcel: ‘Toen ik eind 1999 in een depressie terechtkwam, ben ik op aanraden van mijn haptonome gaan kijken of ik bij de Aardvlo wat vrijwilligerswerk kon gaan doen om mijn herstel te bespoedigen. Na drie weken werken op het land merkte ik dat dit niet bij mij paste. Op dat moment nam de toenmalige klusser afscheid. Voor mij dé kans om die “vacature” op te vullen. Van lieverlee werden de klussen steeds gevarieerder en groter: het overdekken van de kistenopslag op Nieuw-Amelisweerd, schilderwerk, een nieuw groot afdak op Oud-Amelisweerd in 2001, metselen van een “oude” muur rond het wasbad, de tegelplaatsjes opnieuw leggen en vele herstelwerkjes. Heerlijk creatief en concreet om te doen. Eén verschrikkelijke fout wil ik niet onvermeld laten: een autoklus waarbij ik − enthousiast gaten borend − dwars door de zijpanelen van een bestelbus heen ging, ai ai...‘

 

Vrijwilliger Marcel: ‘In het begin was het concreet bezig zijn voor mij belangrijk om m’n leven weer op te pakken: op tijd mijn bed uit, structuur in de weken en plezierige contacten met de andere “vlooien”. Toen ik weer aan het werk was gegaan op de geneeskundefaculteit, werd de vrijdag in Amelisweerd mijn klusdag: elke week weer een feest! Als afwisseling voor mijn dagelijkse werk met hoofd en hart kon (en kan) ik nog steeds heel aards met mijn handen nieuwe dingen creëren en bouwen met hout, steen en verf: ik vind het leuk om op beide tuinen te zien wat er allemaal is gebouwd en opgeknapt: dat geeft mij heel veel voldoening. Verder heb ik op de Aardvlo meer ervaren van de natuur om ons heen: elk seizoen maak je zó intens van dichtbij mee dat ik me nu veel meer verbonden voel met alles om ons heen. Dit te ervaren ontroert me en biedt me rust en troost als het nodig is. Kwaliteiten die de tuinderij kenmerken zijn met veel zorg gekweekte kwaliteitsgroenten, klein fruit en bloemen, zorg voor de tuin in z’n totaliteit, in het hier en nu zijn, stilte, aandacht voor je werk, spiritualiteit, humor, gezelligheid, genegenheid en o ja, ook voorbijtrekkende verliefdheden... Eigenlijk te veel om op te noemen, maar onmisbaar voor een volledig leven. Ik ben iedereen op de Aardvlo daar erg dankbaar voor.’

Ondernemersvrijheid (2006)

De tuinders en ook het bestuur schuiven geleidelijk steeds meer op naar ondernemersvrijheid voor de tuinders. In een aangepast samenwerkingscontract wordt in 2006 de werkvorm en de relatie tussen de Stichting en de tuinders opnieuw geregeld:

De financiën zijn nu geheel gescheiden: de tuinderij exploiteert de tuin, de Stichting geeft de grond in gebruik aan de tuinderij. De Stichting heeft nu geen eigen inkomsten meer. Het Stichtingsbestuur gaat aanzienlijk minder vergaderen. In plaats van ca. één keer per maand wordt dat ca. vier keer per jaar. De sinds 1996 bestaande Stichtingsvorm biedt de mogelijkheid om fondsen te werven en subsidie aan te vragen. In 2008 wordt ook de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instellingen) verkregen. Dat brengt belastingvoordelen bij erfenissen en schenkingen met zich mee. Inmiddels is er al een aantal jaren een cultuur-historische commissie actief die de historie en het erfgoed van de tuinen bestudeert. Mede hierdoor ontstaan in 2007 de eerste plannen voor een historische druivenkas tegen de muur op de tuin van Nieuw-Amelisweerd. Uiteindelijk wordt met sponsors de opknapbeurt van het boswachtershuisje op Oud-Amelisweerd gefinancierd (2010) en in latere jaren (vanaf 2015) de bouw van de historische kassen.

Iets teruggeven

Bestuurslid Marco: ‘Ik belandde in het bestuur omdat de Aardvlo een penningmeester zocht. Omdat wij al een tijdje van de wekelijkse groentepakketten genoten, vond ik dat ik wel iets mocht teruggeven. Op de bestuursvergaderingen, heel knus op een zolder, was ik een beetje een vreemde eend in de bijt. Ik werkte in het bedrijfsleven, bij Fortis/AMEV, en had niets met antroposofie of biologisch-dynamisch eten. Al aten mijn vrouw Marieke en ik wel bewust biologisch, we waren daar ook weer niet principieel in. Het ging ons uiteindelijk om de kwaliteit en de smaak. Maar het was voor ons vanzelfsprekend dat de Aardvlo daarin onovertroffen was, juist door de intense zorg en aandacht die aan de moestuinen werd gegeven. Iedereen eromheen, en zeker ook de tuinders, legde zijn hart erin. Wij vonden dat misschien wel het belangrijkste: bij alles wat je eet weten hoe het vlakbij, met liefde en aandacht, is geteeld. Ik was blij om hier als penningmeester ook een beetje van mijn hart aan te kunnen geven.’

25-jarig jubileum (2006)

In juni 2006 wordt het 25-jarig jubileum gevierd. De voorbereidingen beginnen al in 2004, want het moet een groots festijn worden. Een flinke groep sponsors is bereid om een bijdrage te leveren. Het lukt echter niet meer om het feest in 2005 rond te krijgen. In 1990 was het tienjarig bestaan gevierd, uitgaande van een start in 1980. Het 25-jarig bestaan zou dus eigenlijk in 2005 zijn. Maar uitgaande van de formele oprichting van de coöperatie in 1981 klopt de jubileumviering in 2006 wel. Op de tuin van Nieuw-Amelisweerd geeft mevrouw Rijnbach, burgemeester van Bunnik, samen met ridder Amelis het startsein voor de verschillende activiteiten: muziek, een verhalenverteller, een loterij voor een speciale Aardvlotas, een groentekraam. Bloemkracht8 laat zien hoe je boeketten kunt maken. Restaurant De Veldkeuken heeft een kar met lekkernijen om te proeven en te kopen. Er komen honderden mensen op af. HIER kun je de toespraak van de burgemeester lezen.

X

ONDER EMBARGO TOT 18 JUNI 2006, 12.45 UUR

Toespraak ter gelegenheid van de opening van het feest bij het 25-jarig jubileum van tuinderij De Aardvlo, uitgesproken door de burgemeester van Bunnik, mevrouw H. van Rijnbach-de Groot op 18 juni 2006 te Bunnik

 

Dames en heren,

 

Met veel genoegen open ik vandaag de festiviteiten t.g.v. het 25-jarig jubileum van De Aardvlo. Mij is gevraagd een korte toespraak te houden. Ter voorbereiding hiervan las ik op de website van de Vrienden van het Platteland de volgende informatie over De Aardvlo. “Biologisch-dynamische tuinderij De Aardvlo beheert sinds 1985 de twee eeuwenoude cultuurhistorische moestuinen in Amelisweerd. Er wordt een grote verscheidenheid aan gewassen verbouwd: meer dan vijftig soorten groenten, tientallen soorten kruiden, vele bloemen en diverse soorten fruit. Hieronder ook ouderwetse en bijzondere rassen, zoals kleine tuinbonen, verse doperwten, pastinaken, zilversteel, boterbonen, daslook en spekbonen. Door een veelheid aan kleuren en vormen zijn beide tuinen een lust voor het oog”.

Ik kan dit alleen maar onderschrijven. De tuinderij is erg mooi gelegen, zo tegen de oeverwal van de Kromme Rijn aan. De Aardvlo past goed in het landschap. Het valt me op dat de tuinderij er erg geordend en gestructureerd uitziet. We kunnen spreken van een ‘hoge beeldkwaliteit’. Vooral vanaf het jaagpad langs de Kromme Rijn valt dit op. Er is gelet op details, waarbij ik denk aan de goudsbloemenrand langs de tuin die ons ’s zomers tegemoet lacht. De tuinderij is echt een sieraad in het Kromme Rijn landschap. De Aardvlo is niet alleen een biologisch-dynamisch bedrijf, maar ook een zeer dynamisch bedrijf waar met behulp van een grote groep vrijwilligers alle dagelijks voorkomende werkzaamheden tot een goed einde worden gebracht. Een deel van de producten (groenten, fruit en bloemen) worden via bloemwerkplaats Bloemkracht 8 en De Veldkeuken op verantwoorde wijze verwerkt, met inzet van gemotiveerde en deskundige mensen. Het overgrote deel wordt rechtstreeks aan de consument verkocht, op De Biologische Boerenmarkt iedere vrijdag op Vredenburg in ’t Winkeltje op Oud-Amelisweerd en via groentepakketten Verder is De Aardvlo een plek waar mensen met een zorgindicatie terecht kunnen voor hele of halve dagbesteding.

Zoals u wellicht weet bestaat er een stuurgroep Kromme Rijnlandschap. In deze Stuurgroep werken negen gemeenten samen met provincie en belangengroepen op het gebied van natuur, landschap en extensieve recreatie. Deze groepen en organisaties kunnen een beroep doen op de stuurgroep voor adviezen en financiële bijdragen, bijvoorbeeld voor landschappelijke beplantingen. De Aardvlo heeft in het verleden al eens contact gehad met de stuurgroep en/of de landschapscoördinator. . Wellicht kan dit stuk toegeschreven worden naar de intentie om meer cultuur-historische elementen terug te brengen, wat deze ontwikkeling daarvoor kan betekenen

Zoals eerder gezegd, het betreft hier twee historische tuinen. In deze oude moestuinen zijn enkele cultuur-historische elementen op een verantwoorde wijze teruggebracht.zoals de paden in kruisvorm met druivensnoeren daarlangs en het leifruit tegen de oude tuinmuren. De intentie is echter om nog meer cultuurhistorische elementen terug te brengen in de tuinen. Aan mij de taak het symbool hiertoe te onthullen. (De burgemeester neemt het touw en trekt de doek van de vaas)

 

Dames en heren, Ik wil u allen graag van harte feliciteren en bedanken voor uw goede werk. Proficiat met uw 25-jarige jubileum en heel veel plezier met alle festiviteiten!

 

Dank u wel.

 

Ridder Amelis Ridder Amelis en de burgemeester van Bunnik
Onthulling monumentale vaas De burgermeester onthult de monumentale vaas

Keur aan activiteiten

De jaarlijkse Open Dag blijft al die jaren een terugkerend spektakel met rondleidingen, informatie, muziek, kraampjes en kinderaktiviteiten, en weet altijd veel publiek te trekken. De kwartaalbijeenkomsten voor de vrijwilligers worden ook telkens weer georganiseerd. In de lente is er altijd een uitje naar een BD-bedrijf of een lezing, in de zomer de Open Dag, in de herfst een workshop preparaten maken en in de winter een kerstviering.

 

Ridder Amelis De Open Dagen van 1996 en 2006
Onthulling monumentale vaas

Krachten van de aarde

Medewerker Michiel: ‘Ik ging mij ook bezighouden met de BD-preparaten. Voor die preparaten waren naast allerlei plantaardige bestanddelen dierlijke ingrediënten nodig. Ik herinner me dat ik met Michel een keer naar een slachthuis bij Driebergen ging. Daar stond binnen een grote container die was volgeladen met de organen van een koe. Michel viste daaruit wat meen ik een darmscheil was. De lucht die uit de bak omhoog kwam verdroeg ik nauwelijks. Het werk met de preparaten lag mij wel. Het is een geheimzinnig gebeuren waarbij combinaties van plantaardige en dierlijke bestanddelen begraven worden om krachten van de aarde op te nemen. Na maanden werden ze weer opgegraven. De preparaten die zo ontstonden, werden in een grote ton met water lange tijd geroerd. Deze vloeistof verspreidde ik dan over het land met een spuit of met een borstel die ik in de emmer met de vloeistof doopte.’

De Witte Boerderij (2006)

Er ontstaat een vruchtbare samenwerking tussen Tuinderij ‘de Aardvlo’, Bloemkracht8 en restaurant De Veldkeuken. De Veldkeuken, van René van der Veer en Juliëtte Borggreve, ligt op steenworp afstand van de tuinderij op Oud-Amelisweerd en neemt voor haar keuken producten uit de tuinderij af. Er wordt een gezamenlijke folder uitgegeven.

Mariëlle en Michel Mariëlle en Michel
Maria de Groot Maria
René en Juliette René en Juliette

In deze samenwerking komt in 2006 het project van de Witte Boerderij ter sprake. De Witte Boerderij is de bijnaam van de landgoedboerderij ‘t Goed ten Rhijn die ligt aan het eind van de Rhijnauwenselaan, vlak naast de parkeerplaats en het landhuis van Rhijnauwen. Bij de boerderij hoort een stuk land dat aan de tuinderijen op Oud- en Nieuw-Amelisweerd toegevoegd zou kunnen worden. In de jaren die volgen wordt het project uitgebreid bestudeerd. De kosten zouden uit subsidies en door sponsors moeten worden opgebracht. Dit lijkt te hoog gegrepen. In 2008 maken De tuinderij en Bloemkracht8 pas op de plaats, maar De Veldkeuken zet door. Anno 2025 is de bakkerij van De Veldkeuken in de stallen van de boerderij gevestigd.

Splitsing van de moestuinen (2009-2010)

Na een aantal bewogen jaren waarin het steeds beter gaat met de commerciële kant van de moestuinen, begint het werk en de verantwoordelijkheid zijn tol te eisen van de tuinders. Michel en Mariëlle, die in 2005 trouwden, hebben inmiddels een jong gezin en de huidige werkvorm wordt ze te veel. Op de Stichtingsvergadering van 16 juni 2009 kondigen zij aan dat ze de twee moestuinen zakelijk willen splitsen. Michel: ‘We hadden de Boerenmarkt Utrecht, huisverkoop, 130 abonnees, twee moestuinen, twee kleine kinderen, steeds meer zorgcliënten. Werkweken van 100 tot 120 uur. Maar ook steeds meer inkomsten, waardoor splitsing mogelijk werd.’

Michel en Mariëlle willen zich voortaan richten op de tuin bij Oud-Amelisweerd. Ze hebben ook al een gegadigde voor de eventuele exploitatie van de tuin op Nieuw-Amelisweerd. In eerste instantie ziet het bestuur vooral veel beren op de weg, bijvoorbeeld het risico op een concurrentiestrijd tussen de twee moestuinen en een gebrek aan consistentie en structuur voor vrijwilligers.

 

Schets Amelisweerd Schets Amelisweerd

 

Mieke Baldé Mieke Baldé

Na een aantal maanden overleg tussen de Stichting en de tuinders maakt de Stichting kennis met Mieke Baldé. Zij heeft een landbouwopleiding gedaan en is eerder stagiaire geweest op de Aardvlo. Vervolgens is ze voor de Aardvlo werkzaam geweest op de Boerenmarkt in Utrecht. In de tussentijd is ze begonnen met een kleine tuinderij, die ze wil uitbreiden. Ze is een voor de hand liggende kandidaat en wil graag de tuin op Nieuw-Amelisweerd overnemen. Op 5 oktober 2009 stemt het bestuur alsnog in met de splitsing van de twee moestuinen. Het beheer van de tuin op Nieuw-Amelisweerd wordt overgenomen door Mieke en een nog nader te bepalen partner.

Nieuwe namen

De twee moestuinen moeten nieuwe namen krijgen omdat ze nu verschillende eigenaars hebben. Daarnaast blijkt de naam Aardvlo bij een deel van het publiek een oubollig, alternatief imago te hebben. Een symptoom van de veranderende tijden? De voorkeur gaat uit naar namen die de verbinding met het landgoed uitdragen. Uit verschillende voorstellen wordt gekozen voor Tuinderij De Volle Grond op Nieuw-Amelisweerd en Tuinderij Amelis’Hof op Oud-Amelisweerd. Ook de Stichting krijgt een nieuwe naam: Stichting Historische Moestuinen Landgoed Amelisweerd.

 

logo van Amelis’Hof


Logo Amelishof

 

logo van De Volle Grond


Logo Volle Grond

 

 

Met de komst van de nieuwe tuinders zal De Volle Grond voortaan biologisch werken, terwijl Amelis’Hof biologisch-dynamisch blijft. Om dit mogelijk te maken wordt in de statuten van de nieuwe Stichting het doel biologisch-dynamische teeltwijze vervangen door (minimaal) biologisch. Het bestaande beheer moet in stand blijven: minimaal tien soorten bloemen, twintig soorten groenten en vijf soorten fruit. Hieronder een opsomming van de beplanting op De Volle Grond in 2010:

 

Overdrachtsovereenkomst Uit de Overdrachtsovereenkomst van dan nog Tuinderij ‘de Aardvlo’ aan De Volle Grond in 2010

 

Om concurrentie tussen de moestuinen zoveel mogelijk te voorkomen, wordt een aantal afspraken gemaakt. Zo zal De Volle Grond zijn producten alleen verkopen via de Boerenmarkt in Utrecht of op andere markten. En Amelis’Hof verkoopt zijn producten via het winkeltje of andere kanalen. De vrijwilligers mogen kiezen op welke tuin ze willen blijven werken.

 

Vanaf 2010 gaan de twee moestuinen op deze manier functioneren. Het bestaande pachtcontract met de Stichting (en op haar beurt met de Gemeente Utrecht) loopt echter nog tot en met 2011. Afgesproken wordt om dat in 2010 niet open te breken. De VOF van Michel en Mariëlle blijft daarom hoofdhuurder, Mieke wordt onderhuurder met de eerste optie voor een eigen pachtcontract vanaf 2012. Het bestuur heeft inmiddels ook kennisgemaakt met Mariken Heitman, die samen met Mieke medeondernemer wordt van Tuinderij De Volle Grond op Nieuw-Amelisweerd. Mariken zal zich minder dan Mieke met het tuinwerk bezighouden en meer met de begeleiding van de vrijwilligers.

Goede beslissing

De naamswijziging is illustratief voor het veranderende karakter van de moestuinen, zegt Michel. ‘De Aardvlo werd geleidelijk minder alternatief, zoals de hele biologische landbouw minder alternatief is geworden. Er was ook een zekere zakelijke nuchterheid nodig om als bedrijf te kunnen functioneren. De Aardvlo was een geuzennaam: een vervelend beestje dat zich niet laat wegjagen. In 2010 klopte dat niet meer, we waren geen alternatief clubje meer, maar een onderdeel van de samenleving. Misschien aan de rand, maar niet meer erbuiten.’ Michel heeft nooit spijt gehad van de splitsing: ‘Het was weer een sprong in het diepe, maar het is een heel goede beslissing geweest. Met één tuin, alleen pakketten en verkoop vanuit het winkeltje werd het een stuk overzichtelijker voor ons en weer leuk. En we konden meer energie stoppen in het mooi maken van de tuin. Na een jaar met een heel laag inkomen liep het ook financieel weer goed.’

Na 2010

Hier eindigt het tweede deel van de geschiedenis van de moestuinen in Amelisweerd. De jaren die volgen kenmerken zich door een stabiele exploitatie. Amelis’Hof en De Volle Grond ontwikkelen zich tot zelfstandige tuinen. Het contact tussen de tuinen blijft goed en waar nodig wordt er op elkaar afgestemd. Ingrijpend is de bouw van twee historische kassen en een muurkas. Een deel van de doelstellingen, het erfgoedkarakter van de moestuinen, wordt daarmee verder vorm gegeven.

Verantwoording (2025)

Arthur Muller heeft de basis gelegd voor deze tekst. Hij heeft met het historische materiaal (notulen, jaarplannen en jaarverslagen, PR-mappen, losse aantekeningen en krantenknipsels) de mijlpalen op een rijtje gezet en de tijdgeest gevangen en aangevuld met gesprekken met Michel. Michel Smits heeft veel bijgedragen op basis van zijn directe betrokkenheid bij de moestuinen in deze periode. Paul van Niekerk heeft de tekst nog verder uitgewerkt en aangevuld. Enkele vrijwilligers hebben hun persoonlijke herinneringen met ons gedeeld. Deze staan als gele citaten in de tekst. Eindredacteur Frieda Pruim heeft de tekst geredigeerd. De vormgeving op de website is verzorgd door Dirk Plat.



ANBI logo Stichting Historische Moestuinen Landgoed Amelisweerd, p/a Koningslaan 5a, 3981 HD Bunnik.
email: secretaris@moestuinenamelisweerd.nl