Dit artikel over de historie van de moestuinen van Oud- en Nieuw-Amelisweerd is een vervolg op de 'Historie Koöperatie de Aardvlo 1979-1996’, dat elders op deze website te vinden is. In dit tweede deel gaat het over de periode 1996-2010. In 1995-1996 wordt de coöperatie stopgezet en gaat deze over in een bedrijf (VOF) en een Stichting ‘de Aardvlo’. In 2010 wordt het bedrijf gesplitst in de Tuinderij Amelis’Hof en Tuinderij De Volle Grond. De naam van de Stichting verandert dan in Stichting Historische Moestuinen Landgoed Amelisweerd.
In deze periode wordt het onder invloed van ontwikkelingen in de wereld voor de idealistische Aardvlo steeds belangrijker om ook pragmatisch te zijn. Een tijdlijn vind je HIER.
Tuinder Michel Smits was al in 1983 als vrijwilliger bij de Aardvlo komen werken. Later kwam hij in loondienst bij de Koöperatie. In 1991 ging hij samen met Bart Grijsseels − eveneens in loondienst − de beide moestuinen van Oud- en Nieuw-Amelisweerd leiden. 'Als vrijwilliger kreeg ik het biologisch-dynamisch tuinieren niet zo sterk mee’, vertelt Michel. ‘Dat kwam pas toen ik meeging naar BD-bijeenkomsten. Eerst vond ik het daar een beetje sekte-achtig. Heel erg volgens Steiner, dus best wel rigide. Toen ben ik een beetje afgehaakt. Maar een aantal jaren later kwam ik er toch weer bij uit.’ Dat kwam door Michels interesse in het new age-gedachtegoed: ‘Daar voelde ik me wel bij thuis, want dat ging ook over zelfontwikkeling − en daar hoort antroposofie ook bij. Vervolgens bleek de B.D. landbouw op heel veel aspecten toch bij mijn opvattingen aan te sluiten en heb ik er ook heel veel van geleerd. Over bodemleven, over planten als levende wezens, over biologische processen en de complexiteit daarvan, omdat alles samenhangt, over levenskracht, verbinding en aandacht.
‘We waren de tijdgeest vaak voor’, vervolgt Michel. ‘In de jaren tachtig werden we als een clubje alternatievelingen gezien. Als ik zei dat ik op een biologische tuinderij werkte, was de reactie meestal iets in de trant van: kan dat wel uit? In de jaren negentig werd bio steeds meer oké.’
In 1997 komt de ‘Werkgroep Intuïtief Aardebeheer’ uit Wageningen langs. Die brengt na twee ‘waarnemingssessies’ een adviesrapport uit, gericht op beter (biologisch-dynamisch) beheer van de moestuinen. Hierin wordt gesproken over zaken als vuurkracht, de energetische situatie op de tuin, evenals natuurwezens en astrale (kosmische) krachten. Vanaf 2000 worden Michel en Bart een paar jaar begeleid door een coach om meer te leren over het biologisch-dynamisch beheer.
Bron: verslag Werkoverleg, 1996
Gaandeweg komt er steeds meer aandacht voor verbeteringen in het tuinbeheer dankzij nieuwe inzichten en methodes. Zo wordt er steeds meer groenbemester geteeld. Dat is een gewas dat tot doel heeft om de bodemgezondheid te verbeteren, geïnspireerd door de permacultuur. Vanaf 1998 is de tuin verdeeld in zes in plaats van vijf vakken, waarvan één vak met groenbemester waardoor het een jaar rust krijgt en een flinke boost met organisch materiaal. Sindsdien verbetert de grond. Ook wordt er in deze periode geleidelijk gestopt met iedere vorm van gewasbescherming. Er wordt alleen nog een net over de bessen gespannen, zodat die niet door de vogels worden opgegeten.
Belangstelling van de media
Rond de eeuwwisseling ontstaat een hype rond vergeten groenten zoals warmoes, pronkbonen en pastinaak. Die worden op de Aardvlo al lang geteeld. Een paar jaar later komt de stadslandbouw in de mode: landbouw direct voor en met stadsbewoners. Ook daar houdt de Aardvlo zich al jaren mee bezig. Vervolgens komen streekproducten en lokale economie in zwang. Het biologisch-dynamische karakter van de Aardvlo sluit daar mooi bij aan. En bij ieder voedselschandaal komen er meer klanten af op de gezonde voeding die de Aardvlo te bieden heeft.
Teelt rond 2000
De jaren 1994-1996 worden getekend door problemen met overheidsinstanties. De Sociale Dienst heeft de indruk dat de vrijwilligers van de Aardvlo eigenlijk verkapte werknemers zijn, aangezien de tuinderij een bedrijfsmatige aanpak heeft. ‘In 1994 kwam een interregionaal fraude-opsporingsteam ons op de markt controleren’, vertelt Michel. ‘Dat was een samenwerking van Sociale Dienst, Belastingdienst en GAK (Gemeenschappelijk Administratiekantoor, verantwoordelijk voor de uitvoering van de sociale zekerheid, red.). We werkten op de markt toen soms nog met vrijwilligers met een uitkering, die op deze manier werkervaring opdeden. Maar dat was niet toegestaan, omdat een coöperatie een organisatievorm is met winstoogmerk.’ Een aantal vrijwilligers moet meteen stoppen met werken op de Aardvlo en krijgen te horen dat ze over de jaren dat ze bij de Aardvlo hebben gewerkt, hun uitkering terug moesten betalen. De Belastingdienst is er moeilijk van te overtuigen dat het om vrijwilligerswerk gaat. Er had salaris betaald moeten worden en dus had er ook loonbelasting afgedragen moeten worden. Dit leidt tot een hoop spanning bij de betrokkenen. Michel en Bart corresponderen met de Sociale Dienst om deze situatie recht te zetten, en denken na over hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden.
De directeur van de Sociale Dienst zet zijn hakken in het zand, maar de wethouder nodigt de tuinders uit om samen met de Sociale Dienst een vorm te zoeken die wel acceptabel is, uitgaande van de maatschappelijke waarde van de moestuinen. Dat leidt tot de structuur zoals die vandaag de dag nog steeds bestaat: de ideële en de commerciële doelstellingen worden van elkaar gescheiden. Er is ook nog een andere aanleiding om naar een nieuwe organisatievorm op zoek te gaan. Het blijkt al enige tijd te duur om een coöperatie of stichting met werknemers in loondienst te hebben. Onder andere door het minimumloon dat aan de twee tuinders opgaat, wordt jaar na jaar verlies gedraaid. Een derde reden is de bestuurbaarheid van de tuinderij. Met acht coöperatieleden en twee tuinders blijkt het vaak moeilijk om knopen door te hakken. Michel herinnert zich ongelooflijk veel vergaderingen en discussies. ‘Bijvoorbeeld onenigheid tijdens de koffiepauze op de tuin tussen zeven coöperatieleden of die dag de bietjes gerooid moesten worden. Dat was niet te doen.’ De tuinders zouden meer ondernemer moeten worden en de coöperatieleden meer terugtreden, maar de ideële kant moet behouden blijven. Dat is lastig en er wordt twee jaar lang bijna wekelijks over vergaderd.
In 1995 wordt de knoop doorgehakt. De tuinders Bart en Michel, die op dat moment nog in loondienst zijn van de coöperatie, richten een vennootschap (VOF) op: Tuinderij ‘de Aardvlo’. Daarin gaan zij als zelfstandig ondernemers met een commerciële insteek verder. In aansluiting daarop wordt in 1996 Koöperatie de Aardvlo omgezet in Stichting ‘de Aardvlo’. Bart, Michel en Maria de Groot vormen het eerste bestuur. Bart treedt na de eerste vergadering meteen af, maar Michel blijft wel in het bestuur om het contact tussen de VOF en de Stichting goed te laten verlopen. De nieuw opgezette Stichting neemt het pachtcontract met de gemeente Utrecht over van de coöperatie. De twee moestuinen worden voortaan door de Stichting in gebruik gegeven aan de tuinders, op voorwaarde dat zij hun werk blijven uitoefenen binnen het kader van de doelstellingen van de Stichting. Die doelstellingen blijven gehandhaafd:
Niet lang na de nieuwe bedrijfsinrichting wordt het werk toch te zwaar. Bart stopt er uiteindelijk mee en Michel gaat vanaf 1998 alleen verder, als eenmanszaak. Dat leidt tot een aantal ingrijpende wijzigingen.
De Boerenmarkt Amsterdam op zaterdag is op zich een groot succes. Daardoor kon in 1986 door Koöperatie de Aardvlo het eerste loon worden uitbetaald. Tien jaar later, in 1997, is de omzet in Amsterdam opgelopen tot 175.000 gulden. Op dat moment moet echter driekwart van de producten worden bijgekocht omdat de moestuinen zelf niet zoveel produceren. Inmiddels staan er ook zeven mensen achter de kraam. Tijd om met de Boerenmarkt Amsterdam te stoppen; in Utrecht blijft de Aardvlo wel op de boerenmarkt staan.
Door te stoppen in Amsterdam valt bijna tweederde van de omzet weg. Een nieuwe bron van inkomsten wordt gevonden in de vorm van groenteabonnementen. Op die manier wordt een deel van de teelt direct verkocht aan consumenten die een vaste prijs per seizoen betalen. Dit wordt het ‘Pergolasysteem’ genoemd, omdat de deelnemers als een pergola het bedrijf ondersteunen. De Engelse term hiervoor is Community Supported Agriculture of kortweg CSA. De Aardvlo is de tweede tuinderij in Nederland die deze combinatievorm van afzet en deelname opzet.
Het Vlooienbeetje
In 1998 kan vrijwilliger Mariëlle Dings op de tuin worden aangenomen ter ondersteuning van Michel. Zij krijgt een Melkertbaan, vernoemd naar de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ad Melkert. Mariëlle is dan een jaar werkloos en komt daarmee net in aanmerking voor deze regeling. De Melkert banen vallen onder de Stichting. Dit is weer een voordeel van de Stichting-VOF-constructie, want voor de Stichting worden deze banen volledig gesubsidieerd. Mariëlle blijkt in meerdere opzichten een belangrijke aanwinst, want Michel en Mariëlle krijgen binnen een jaar een romantische relatie en Mariëlle ontpopt zich steeds meer als medetuinder. In 2001 krijgt ook vrijwilliger Michiel een Melkertbaan. Daarmee heeft Michel twee toegewijde en betrokken hulpkrachten op de tuin. In 2004 lopen de Melkertbaansubsidies af en wordt de Stichting gedwongen om de twee werknemers Mariëlle en Michiel te ontslaan.
De teelt van bloemen is voor de Aardvlo vanaf het begin belangrijk geweest voor de biodiversiteit en voor de bijen en andere nuttige insecten op de tuin. Ook werden en worden er bloemen ingezet voor de natuurlijke bestrijding van schadelijke insecten. De hele tuin is omgeven door een rand knaloranje goudsbloemen langs alle paden. Een lust voor het oog, maar bedoeld als vangplanten. De stelen van goudsbloemen zijn namelijk heel plakkerig en daarmee vangen ze luizen. De bloemen worden ook geteeld voor de verkoop.
In 2000 wordt door de ex-coöperatieleden Maria de Groot en Cocky Hendriks de biologische bloemisterij Bloemkracht8 opgezet op landgoed Nieuw Amelisweerd. Zij beginnen dat jaar met veertien bloemenabonnementen. De Aardvlo verkoopt de biologische boeketten in het winkeltje op de tuin.
In 1985 had de toenmalige Koöperatie de Aardvlo een renteloze lening van 50.000 gulden ontvangen van het ministerie van Sociale Zaken. In 1988 werd een aflossingsvoorstel gedaan, maar er werd niet afgelost. In 1992 werd een verzoek tot uitstel van aflossing ingediend dat geaccepteerd werd door Sociale Zaken. Bij de oprichting van de Stichting werd de lening op haar naam gezet, maar van aflossing kwam het ook dan weer niet. In 1997 werd het bedrag per abuis wel als inkomsten in de jaarrekening opgenomen. Daarnaast loopt er een discussie met de Belastingdienst over af te dragen btw, nog over de jaren 1992-1994. Dit is ingewikkeld omdat eigen producten van de tuin tegen een 0%-tarief verkocht mogen worden, maar voor andere producten een normaal btw-tarief gehanteerd moet worden. Dit is in de praktijk moeilijk uit elkaar te houden. De Belastingdienst slaat het bedrijf echter uiteindelijk aan voor 10.473 euro. (Op 1 januari 2002 wordt de euro ingevoerd.) Op de derde plaats speelt de afrekening van de Melkertbanen. De vergoeding wordt vooraf uitgekeerd maar na afloop van het jaar precies afgerekend. Telkens blijkt er weer te veel ontvangen te zijn en moet er terugbetaald worden. Dit bedrag loopt op tot ca. 7000 euro. In 2001 stijgt ook nog eens de door de overheid vastgestelde pachtprijs voor tuingronden met maar liefst 70 procent. De Stichting tekent protest aan bij de gemeente, maar krijgt nul op het rekest.
Bij de afhandeling van deze schulden (Economische Zaken, Belastingdienst) heeft (wijlen) Peter Peels, toenmalige voorzitter, een heel belangrijke rol gespeeld. Hij heeft toen ook meer duidelijkheid gebracht in de rolverdeling tussen bestuur en tuinder. In 2001 besluit het ministerie van Sociale Zaken tenslotte om de schuld van 50.000 gulden kwijt te schelden. Dit is genoeg om de andere schulden in verband met de btw en de Melkertbanen af te betalen.
Daarmee zijn de ergste financiële zorgen van de jonge Stichting weggenomen, maar van een ruime kas is geen sprake. In het bestuur worden ideeën gelanceerd om extra inkomsten te genereren: oprichting van een Vriendenkring en Donateurskring en meer sponsoring. Dit resulteert uiteindelijk in het opstellen van een ‘bedelbrief’, die naar veertig adressen wordt gestuurd.
Het jaar 1998 is ook voor de Tuinderij financieel nog moeilijk. Michel verdient niet alleen bijna niets, hij moet naar eigen zeggen zelfs ‘flink interen’. De tuinderij moet haar exploitatie nog op orde krijgen. Gelukkig weet Michel in deze jaren de tuin draaiende te houden. Na de voorziene lage opbrengst van 1998 stijgt het inkomen en wordt vanaf 2001 in ieder geval een minimum jaaropbrengst van 20.000 euro gegenereerd, zodat Michel zichzelf een minimuminkomen kan uitkeren. In 2003 wordt een resultaat behaald van 25.000 euro.
| Jaar | Euro * | Jaar | Euro |
| 1998 | 2.000 | 2001 | 20.000 |
| 1999 | 15.000 | 2002 | 13.000 |
| 2000 | 19.000 | 2003 | 25.000 |
| * Op 1 januari 2002 wordt de euro ingevoerd | |||
Vanaf 2003 zijn de (nieuwe) afzetmarkten helder, stabiel en enigszins groeiend. Klantenwerving is niet meer nodig, afgezien van regelmatig adverteren in Bunniks Nieuws voor het winkeltje. Het aantal Pergola-abonnementen stijgt van 25 in 1998 naar 110 in 2003. 95 procent van de verkochte producten komt direct van de tuin en de rest uit de regio. Daarnaast blijven de winkel op het erf en de kraam op de vrijdagse Boerenmarkt op het Vredenburg in Utrecht goed draaien. De Boerenmarkt Utrecht is het gezicht van de Aardvlo voor de grootste groep klanten, zo’n 200 à 300 per week. De Aardvlo heeft naar eigen zeggen de drukste kraam van de hele markt. De jaarlijkse omzet schommelt rond de 100.000 euro.
Er is ondersteuning van een redelijk vaste groep vrijwilligers. Dit zijn voornamelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij vinden op de moestuinen structuur en zinvol werk. In 2003 behaalt de Stichting ‘de Aardvlo’ de derde plaats bij de verkiezing van Beste Vrijwilligersorganisatie 2003, georganiseerd door de gemeente Utrecht. Zij wordt als volgt geprezen: ‘De Aardvlo biedt al 23 jaar lang mensen die enige tijd uit de running zijn een plek om tot rust te komen en met de handen in de aarde te werken. Het streven van de organisatie is om deelnemers na twee jaar door te laten stromen naar regulier werk.’ Ondertussen zijn de eisen aan veiligheid op het werk flink opgeschroefd.
In 2004 is er sprake van dat de Gemeente Utrecht de landgoederen wil verkopen. Dit gaat uiteindelijk niet door. In 2005 wordt de Groei & Bloeiprijs in ontvangst genomen: een wisselbeker en een gift van 100 euro.
’t Winkeltje op Oud-Amelisweerd loopt goed
't Winkeltje folder
Ondanks de positieve uitwerking van de overgang van coöperatie naar stichting, brengt dit ook transitiepijn met zich mee. Het bestuur vraagt zich af waarover het nog iets te zeggen heeft en probeert toch weer invloed te krijgen op het beheer van de tuin. Dat botst met de tuinders. Michel en Mariëlle schrijven een Balans 1998-2003 en een Visie Voorjaar 2004. Sommige zaken zijn nog steeds niet goed geregeld, zoals wie opdraait voor de kosten voor verzekeringen, investeringen, afschrijvingen en vrijwilligers. En de zweethut…
Begin deze eeuw verschijnen her en der zorgboerderijen in Nederland. Uit onderzoek is gebleken hoe heilzaam het kan zijn voor mensen om buiten te zijn en met de handen te werken. Michel en Mariëlle overwegen ook om een zorgboerderij te worden. De Aardvlo heeft altijd al vrijwilligers gehad met arbeidstherapeutische begeleiding en die een relatief bescheiden bijdrage leverden aan de tuinderij. Michel en Mariëlle laten zich adviseren door experts. Zij komen tot de conclusie dat ze geen totale zorgboerderij willen worden omdat het tuinieren voor hen op de eerste plaats komt. Mariëlle gaat wel zorgcliënten werven voor aanvullende inkomsten.
In 2005 verschijnt de eerste zorgklant op proef op de tuinderij voor twee keer een ochtend. Zorginkomsten zijn er vanaf 2006 als Mariëlle met diverse instanties afspraken maakt om mensen te laten meewerken als dagbesteding. Op de tuinen moeten de ‘gewone’ vrijwilligers wennen aan de nieuwe zorgcollega’s, maar zij worden gerustgesteld: Mariëlle of Michel zijn altijd aanwezig. Sindsdien zijn de zorgcliënten een belangrijke en continue inkomstenbron.De tuinders en ook het bestuur schuiven geleidelijk steeds meer op naar ondernemersvrijheid voor de tuinders. In een aangepast samenwerkingscontract wordt in 2006 de werkvorm en de relatie tussen de Stichting en de tuinders opnieuw geregeld:
In juni 2006 wordt het 25-jarig jubileum gevierd. De voorbereidingen beginnen al in 2004, want het moet een groots festijn worden. Een flinke groep sponsors is bereid om een bijdrage te leveren. Het lukt echter niet meer om het feest in 2005 rond te krijgen. In 1990 was het tienjarig bestaan gevierd, uitgaande van een start in 1980. Het 25-jarig bestaan zou dus eigenlijk in 2005 zijn. Maar uitgaande van de formele oprichting van de coöperatie in 1981 klopt de jubileumviering in 2006 wel. Op de tuin van Nieuw-Amelisweerd geeft mevrouw Rijnbach, burgemeester van Bunnik, samen met ridder Amelis het startsein voor de verschillende activiteiten: muziek, een verhalenverteller, een loterij voor een speciale Aardvlotas, een groentekraam. Bloemkracht8 laat zien hoe je boeketten kunt maken. Restaurant De Veldkeuken heeft een kar met lekkernijen om te proeven en te kopen. Er komen honderden mensen op af. HIER kun je de toespraak van de burgemeester lezen.
Ridder Amelis en de burgemeester van Bunnik
De burgermeester onthult de monumentale vaas
De jaarlijkse Open Dag blijft al die jaren een terugkerend spektakel met rondleidingen, informatie, muziek, kraampjes en kinderaktiviteiten, en weet altijd veel publiek te trekken. De kwartaalbijeenkomsten voor de vrijwilligers worden ook telkens weer georganiseerd. In de lente is er altijd een uitje naar een BD-bedrijf of een lezing, in de zomer de Open Dag, in de herfst een workshop preparaten maken en in de winter een kerstviering.
De Open Dagen van 1996 en 2006
Medewerker Michiel: ‘Ik ging mij ook bezighouden met de BD-preparaten. Voor die preparaten waren naast allerlei plantaardige bestanddelen dierlijke ingrediënten nodig. Ik herinner me dat ik met Michel een keer naar een slachthuis bij Driebergen ging. Daar stond binnen een grote container die was volgeladen met de organen van een koe. Michel viste daaruit wat meen ik een darmscheil was. De lucht die uit de bak omhoog kwam verdroeg ik nauwelijks. Het werk met de preparaten lag mij wel. Het is een geheimzinnig gebeuren waarbij combinaties van plantaardige en dierlijke bestanddelen begraven worden om krachten van de aarde op te nemen. Na maanden werden ze weer opgegraven. De preparaten die zo ontstonden, werden in een grote ton met water lange tijd geroerd. Deze vloeistof verspreidde ik dan over het land met een spuit of met een borstel die ik in de emmer met de vloeistof doopte.’
Er ontstaat een vruchtbare samenwerking tussen Tuinderij ‘de Aardvlo’, Bloemkracht8 en restaurant De Veldkeuken. De Veldkeuken, van René van der Veer en Juliëtte Borggreve, ligt op steenworp afstand van de tuinderij op Oud-Amelisweerd en neemt voor haar keuken producten uit de tuinderij af. Er wordt een gezamenlijke folder uitgegeven.
Mariëlle en Michel
Maria
René en Juliette
In deze samenwerking komt in 2006 het project van de Witte Boerderij ter sprake. De Witte Boerderij is de bijnaam van de landgoedboerderij ‘t Goed ten Rhijn die ligt aan het eind van de Rhijnauwenselaan, vlak naast de parkeerplaats en het landhuis van Rhijnauwen. Bij de boerderij hoort een stuk land dat aan de tuinderijen op Oud- en Nieuw-Amelisweerd toegevoegd zou kunnen worden. In de jaren die volgen wordt het project uitgebreid bestudeerd. De kosten zouden uit subsidies en door sponsors moeten worden opgebracht. Dit lijkt te hoog gegrepen. In 2008 maken De tuinderij en Bloemkracht8 pas op de plaats, maar De Veldkeuken zet door. Anno 2025 is de bakkerij van De Veldkeuken in de stallen van de boerderij gevestigd.
Na een aantal bewogen jaren waarin het steeds beter gaat met de commerciële kant van de moestuinen, begint het werk en de verantwoordelijkheid zijn tol te eisen van de tuinders. Michel en Mariëlle, die in 2005 trouwden, hebben inmiddels een jong gezin en de huidige werkvorm wordt ze te veel. Op de Stichtingsvergadering van 16 juni 2009 kondigen zij aan dat ze de twee moestuinen zakelijk willen splitsen. Michel: ‘We hadden de Boerenmarkt Utrecht, huisverkoop, 130 abonnees, twee moestuinen, twee kleine kinderen, steeds meer zorgcliënten. Werkweken van 100 tot 120 uur. Maar ook steeds meer inkomsten, waardoor splitsing mogelijk werd.’
Michel en Mariëlle willen zich voortaan richten op de tuin bij Oud-Amelisweerd. Ze hebben ook al een gegadigde voor de eventuele exploitatie van de tuin op Nieuw-Amelisweerd. In eerste instantie ziet het bestuur vooral veel beren op de weg, bijvoorbeeld het risico op een concurrentiestrijd tussen de twee moestuinen en een gebrek aan consistentie en structuur voor vrijwilligers.
Schets Amelisweerd
Mieke Baldé
Na een aantal maanden overleg tussen de Stichting en de tuinders maakt de Stichting kennis met Mieke Baldé. Zij heeft een landbouwopleiding gedaan en is eerder stagiaire geweest op de Aardvlo. Vervolgens is ze voor de Aardvlo werkzaam geweest op de Boerenmarkt in Utrecht. In de tussentijd is ze begonnen met een kleine tuinderij, die ze wil uitbreiden. Ze is een voor de hand liggende kandidaat en wil graag de tuin op Nieuw-Amelisweerd overnemen. Op 5 oktober 2009 stemt het bestuur alsnog in met de splitsing van de twee moestuinen. Het beheer van de tuin op Nieuw-Amelisweerd wordt overgenomen door Mieke en een nog nader te bepalen partner.
De twee moestuinen moeten nieuwe namen krijgen omdat ze nu verschillende eigenaars hebben. Daarnaast blijkt de naam Aardvlo bij een deel van het publiek een oubollig, alternatief imago te hebben. Een symptoom van de veranderende tijden? De voorkeur gaat uit naar namen die de verbinding met het landgoed uitdragen. Uit verschillende voorstellen wordt gekozen voor Tuinderij De Volle Grond op Nieuw-Amelisweerd en Tuinderij Amelis’Hof op Oud-Amelisweerd. Ook de Stichting krijgt een nieuwe naam: Stichting Historische Moestuinen Landgoed Amelisweerd.
logo van Amelis’Hof

logo van De Volle Grond

Met de komst van de nieuwe tuinders zal De Volle Grond voortaan biologisch werken, terwijl Amelis’Hof biologisch-dynamisch blijft. Om dit mogelijk te maken wordt in de statuten van de nieuwe Stichting het doel biologisch-dynamische teeltwijze vervangen door (minimaal) biologisch. Het bestaande beheer moet in stand blijven: minimaal tien soorten bloemen, twintig soorten groenten en vijf soorten fruit. Hieronder een opsomming van de beplanting op De Volle Grond in 2010:
 
Uit de Overdrachtsovereenkomst van dan nog Tuinderij ‘de Aardvlo’ aan De Volle Grond in 2010
 
Vanaf 2010 gaan de twee moestuinen op deze manier functioneren. Het bestaande pachtcontract met de Stichting (en op haar beurt met de Gemeente Utrecht) loopt echter nog tot en met 2011. Afgesproken wordt om dat in 2010 niet open te breken. De VOF van Michel en Mariëlle blijft daarom hoofdhuurder, Mieke wordt onderhuurder met de eerste optie voor een eigen pachtcontract vanaf 2012. Het bestuur heeft inmiddels ook kennisgemaakt met Mariken Heitman, die samen met Mieke medeondernemer wordt van Tuinderij De Volle Grond op Nieuw-Amelisweerd. Mariken zal zich minder dan Mieke met het tuinwerk bezighouden en meer met de begeleiding van de vrijwilligers.
De naamswijziging is illustratief voor het veranderende karakter van de moestuinen, zegt Michel. ‘De Aardvlo werd geleidelijk minder alternatief, zoals de hele biologische landbouw minder alternatief is geworden. Er was ook een zekere zakelijke nuchterheid nodig om als bedrijf te kunnen functioneren. De Aardvlo was een geuzennaam: een vervelend beestje dat zich niet laat wegjagen. In 2010 klopte dat niet meer, we waren geen alternatief clubje meer, maar een onderdeel van de samenleving. Misschien aan de rand, maar niet meer erbuiten.’ Michel heeft nooit spijt gehad van de splitsing: ‘Het was weer een sprong in het diepe, maar het is een heel goede beslissing geweest. Met één tuin, alleen pakketten en verkoop vanuit het winkeltje werd het een stuk overzichtelijker voor ons en weer leuk. En we konden meer energie stoppen in het mooi maken van de tuin. Na een jaar met een heel laag inkomen liep het ook financieel weer goed.’
Hier eindigt het tweede deel van de geschiedenis van de moestuinen in Amelisweerd. De jaren die volgen kenmerken zich door een stabiele exploitatie. Amelis’Hof en De Volle Grond ontwikkelen zich tot zelfstandige tuinen. Het contact tussen de tuinen blijft goed en waar nodig wordt er op elkaar afgestemd. Ingrijpend is de bouw van twee historische kassen en een muurkas. Een deel van de doelstellingen, het erfgoedkarakter van de moestuinen, wordt daarmee verder vorm gegeven.
Arthur Muller heeft de basis gelegd voor deze tekst. Hij heeft met het historische materiaal (notulen, jaarplannen en jaarverslagen, PR-mappen, losse aantekeningen en krantenknipsels) de mijlpalen op een rijtje gezet en de tijdgeest gevangen en aangevuld met gesprekken met Michel. Michel Smits heeft veel bijgedragen op basis van zijn directe betrokkenheid bij de moestuinen in deze periode. Paul van Niekerk heeft de tekst nog verder uitgewerkt en aangevuld. Enkele vrijwilligers hebben hun persoonlijke herinneringen met ons gedeeld. Deze staan als gele citaten in de tekst. Eindredacteur Frieda Pruim heeft de tekst geredigeerd. De vormgeving op de website is verzorgd door Dirk Plat.
Stichting Historische Moestuinen Landgoed Amelisweerd, p/a Koningslaan 5a, 3981 HD Bunnik.
email: secretaris@moestuinenamelisweerd.nl